Op 1 juli is het Ketikoti, de dag waarop we de afschaffing van de slavernij herdenken en vieren. Toch is slavernij nog steeds aan de orde van de dag, want voor de productie van onze kleding en telefoons worden wereldwijd miljoenen arbeiders uitgebuit. De vraag aan het dopers tiental is dan ook: hoe zinvol is het om te vieren dat de historische slavernij is afgeschaft, terwijl moderne slavernij nog zo wijdverbreid is?
Dat leuke goedkope truitje, die hippe betaalbare sneakers: met een paar klikken op websites als TEMU worden we verleid om ze te kopen. Economen rekenden uit dat voor de Nederlandse economie 13,8 miljoen niet-westerse arbeiders aan het werk zijn in slaafse omstandigheden. ‘Moderne slavernij’ wordt dat genoemd, een term die verwijst naar hedendaagse praktijken van dwang en uitbuiting waar mensen niet aan kunnen ontsnappen.
Niet verdwenen
‘Inderdaad, met de afschaffing van de slavernij in 1863 is de slavernij niet uit de wereld verdwenen’, zegt Fulco van Hulst, ethicus en geestelijk verzorger in het Frisius Medisch Centrum in Leeuwarden. ‘We moeten ons er goed bewust van zijn – en blijven – dat er nog steeds vormen van slavernij zijn. Ik zie Ketikoti een beetje zoals 5 mei: we vieren de vrijheid en we worden ons er weer even bewust van dat die vrijheid niet vanzelfsprekend is.’
Je denkt al gauw dat dat ene T-shirt de wereld niet gaat veranderen.
‘We hebben onze economie ingericht op het kopen van goedkope producten’, stelt Iris Speckmann, functionaris vrede en duurzaamheid bij de ADS. ‘Dat is dus moderne slavernij: dat we niet willen betalen voor betere arbeidsomstandigheden van textielarbeiders. Je denkt al gauw: “Ach, dat ene T-shirt maakt niet uit, dat zal de wereld niet veranderen.” Na de ramp in Bangladesh, waarbij honderden textielarbeiders omkwamen, was er korte tijd veel aandacht voor groene slow fashion. Maar die golf van aandacht is weer ingezakt. Ook bij de doopsgezinden is sociaaleconomische rechtvaardigheid niet zo’n populair onderwerp, merk ik. Toch nodigt ook ons verleden ertoe uit om na te denken over onze verantwoordelijkheid op dit gebied. Denk aan de doopsgezinde betrokkenheid bij de historische slavernij.* Het is belangrijk voortdurend kritisch te blijven kijken naar onze eigen cultuur en ons ervan bewust te worden dat de constructies van toen er nu nog steeds zijn.’
Rol van de kerken
Van Hulst: ‘Belijden is doen. Als we zeggen ergens voor te staan, dan moeten we dat ook waarmaken. Dat is als individu soms lastig. Hoe weet ik of ik goed zit? Hoe kom ik aan de juiste informatie over bedrijven en hun producten? Kerken zouden daar een rol in kunnen spelen, of zelfs een voorloper in kunnen zijn. Als er nou ergens de oproep klinkt om slavernij af te schaffen, dan is het wel in de Bijbel. God bevrijdt uit slavernij, dus wij hebben de roeping en de opdracht om daar ook naar te handelen.’ Speckmann vult aan: ‘De kern van de Bijbel is: doe recht! Kerkelijke organisaties zoals Kerk in Actie, Tearfund en Micha zijn daar trouwens heel actief mee bezig.’

Idealen
Van Hulst: ‘Een interessante denker – buitenkerkelijk overigens – is Peter Singer, een Australische filosoof. Hij is een utilist, iemand die vindt dat het onze plicht is om het grootste goed voor een zo groot mogelijke groep mensen te bereiken. Zoveel mogelijk mensen gelukkig maken, om het maar zo te zeggen. Hij zegt aan de ene kant: dit is het ideaal waar we naar moeten streven. Aan de andere kant erkent hij ook dat we dat ideaal niet halen. Dat besef daagt uit en daar gaat het om: dat we moeten streven. Als de lat hoog ligt, kun je twee dingen doen. Je kunt zeggen: hij ligt te hoog, dus ik ga niet proberen te springen. Maar je kunt ook zeggen: ik haal de lat niet, dat weet ik wel, maar het doet wel een appel op me. Ik wil een poging doen om mezelf te verbeteren. Pas als we erkennen dat we zelf nog steeds gebruik maken van producten die door slavenhanden gemaakt zijn en dat we daarvan profiteren, pas dan kunnen we de eerste stap zetten om iets te veranderen. Het begint met bewustwording en erkenning van onze eigen zondigheid. Ja, laten we in doopsgezinde kring dat woord toch maar eens gebruiken!’
Terug naar de vraag hoe zinvol het is om Ketikoti te vieren. ‘Herdenken en vieren moet je zeker doen’, vindt Speckmann. ‘Zeker als je je realiseert dat Ketikoti letterlijk “het verbreken van ketenen” betekent. Ook al red je er de wereld niet mee, je hebt het nodig om dingen te vieren op de weg naar verandering.’ Van Hulst herinnert zich een uitspraak die ds. Harmen Ament vaak deed: ‘“Mijn hele leven is God dienen en op zondag ga ik naar de kerk voor de gods-dienst-oefening” Zo zou je ook kunnen zeggen: Ketikoti vieren is oefenen. Oefenen in het strijden tegen slavernij.’
* In de Doopsgezinde Bijdragen nummer 49-50 uit 2024 valt veel te lezen over het slavernijverleden en de doopsgezinde compassie met tot slaaf gemaakten (of het gebrek daaraan). Ruud Lambour beschrijft de doopsgezinde deelname aan de slavenhandel; Piet Visser belicht de (vroege) doopsgezinde protesten tegen het fenomeen slavernij. Te vinden op www.dhkonline.nl
Deze aflevering van Dopers Denken verscheen eerder in Mondig 3 – 2026.
Tekst: Marleen Kieft
Beeld: Zumaury Saavadra
